Info del Mare nieuwsbrief Nr.3, 2008
Decemberbrief 2008
De Eerste Kamer heeft op dinsdag 16 december 2008 het Belastingplan 2009 en het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2009 aangenomen. Daarnaast treedt er op 1 januari 2009 ook andere wetgeving in werking, die bijvoorbeeld al eerder is aangenomen. In deze brief geven we een overzicht van de meest ingrijpende maatregelen die op 1 januari 2009 ingaan of waarvoor de jaarovergang van belang is.
1. Inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen
1.1 Profiteer van de verhoging van de MKB-winstvrijstelling
De MKB-winstvrijstelling wordt verhoogd van 10% naar 10,5%. Vanaf 1 januari 2009 zal dus 10,5% van de winst in een eenmanszaak, firma of maatschap zijn vrijgesteld van inkomstenbelasting. De vrijstelling geldt ook als u een verlies heeft. U heeft dan in dat jaar een lager (verrekenbaar) verlies uit uw onderneming.
Tip: Verschuif waar mogelijk winst naar 2009. U kunt dat bijvoorbeeld doen door kosten naar voren te halen, voorzieningen te vormen bijvoorbeeld voor onderhoud of garanties of uw omzet te vertragen.
U mag de MKB-winstvrijstelling overigens onder voorwaarden ook toepassen in het jaar waarin u uw onderneming staakt. Dat kan alleen als u recht heeft op de stakingsaftrek. Of u de stakingsaftrek ook daadwerkelijk heeft genoten, is niet van belang.
Tip: Bent u van plan uw onderneming te staken, waarbij u een forse boekwinst verwacht, dan kan het verstandiger zijn om zo mogelijk het stakingsmoment naar 2009 uit te stellen.
1.1.1 Toch geen afschaffing van de zelfstandigenaftrek
In het Belastingplan 2009 was aanvankelijk voorgesteld om in de toekomst de huidige zelfstandigenaftrek om te zetten in de MKB-winstvrijstelling. De bedragen voor de zelfstandigenaftrek zouden daarom in 2009 gelijk blijven aan 2008. Het kabinet heeft uiteindelijk afgezien van dit voorstel. De zelfstandigenaftrek blijft dus (voorlopig) in stand en wordt dus net als altijd geïndexeerd. De voorgenomen verhoging van de startersaftrek is daarom niet meer nodig en gaat dus niet door.
1.2 Vervroegd afschrijven
Het kabinet heeft in het kader van de kredietcrisis het mogelijk gemaakt dat u vervroegd mag afschrijven over de investeringen in bedrijfsmiddelen die u tussen 1 januari 2009 en 31 december 2009 zult doen. Afschrijving mag in 2 jaar plaatsvinden tot ten hoogste 50% per kalenderjaar. De maatregel geldt echter niet voor alle bedrijfsmiddelen. Uitgezonderd zijn woningen, bedrijfsgebouwen, grond-, weg- en waterbouwkundige werken, personenauto’s, immateriële vaste activa (zoals goodwill en software) en in cultuur gebrachte vaste activa (bijvoorbeeld bomen en vee). De regeling geldt dus onder meer wel voor bestelauto’s, vrachtauto’s, computers, machines en installaties. De Staatssecretaris van Financiën zal nog bezien of de maatregel ook op zeer zuinige personenauto’s kan worden toegepast. Samenloop met willekeurige afschrijving voor starters en willekeurige afschrijving op milieubedrijfsmiddelen, is in ieder geval niet mogelijk. Doordat u vervroegd mag afschrijven hoeft u minder belasting te betalen en daarmee verbetert uw liquiditeitspositie. U doet er in dit kader dus verstandig aan om uw investeringen tot 2009 uit te stellen.
1.3 Wijziging toepassing eigenwoningforfait
Al bij het Belastingplan 2008 is besloten om per 1 januari 2009 een wijziging in het eigenwoningforfait door te voeren. Het eigenwoningforfait van een woning met een WOZ-waarde van meer dan € 75.000 wordt berekend door deze waarde te vermenigvuldigen met 0,55% (2008). Het eigenwoningforfait kan in 2008 echter niet meer dan € 9.300 bedragen. Op 1 januari 2009 wordt dit plafond afgeschaft. Dit is aan de orde bij woningen met een WOZ-waarde van bijna € 1,7 miljoen en hoger. Een hoger eigenwoningforfait heeft tot gevolg dat na de renteaftrek een kleiner bedrag aan negatieve inkomsten uit de eigen woning resteert. De renteaftrek wordt dus beperkt.
Naast het vervallen van het plafond zal ook een hoger percentage van uiteindelijk 2,35 worden ingevoerd voor woningen met een eigenwoningwaarde (meestal de WOZ-waarde) van meer dan € 1 miljoen. Deze maatregel wordt echter stapsgewijs vanaf 2010 tot en met 2016 ingevoerd. Daartoe wordt in die jaren het percentage van 0,55% jaarlijks verhoogd met 0,2571% totdat het percentage in 2016 2,35 bedraagt. Dit hogere percentage zal dus alleen worden toegepast op de eigenwoningwaarde, voor zover die meer bedraagt dan € 1.000.000.
1.3.1 Hypotheek eigen woning aflossen
Als u geen of slechts een kleine hypotheek heeft, dan vervalt voor u het eigenwoningforfait geheel of gedeeltelijk. Dit is bij u aan de orde als de door u betaalde hypotheekrente minder bedraagt dan het eigenwoningforfait. Het aflossen van een kleine hypotheek kan onder omstandigheden aantrekkelijk zijn. Als u het geld voor de aflossing voorhanden heeft, bespaart u zich de box 3-heffing van 1,2%.
Ook in het kader van het loslaten van het plafond in 2009 en vanaf 2010 ook nog het hogere eigenwoningforfait, kan het zinvol zijn ook eens te laten nagaan of het zinvol is om (een deel van) uw hypotheek voor een woning van meer dan € 1.000.000 af te lossen.
Let op: Als u van plan bent om binnen vijf jaar te verhuizen, dan is aflossen niet zonder meer verstandig, want de bijleenregeling werkt dan in uw nadeel. U krijgt dan minder renteaftrek voor de hypotheekschuld van de nieuwe woning.
1.4 Aftrek buitengewone uitgaven in 2008 dichterbij dan u denkt
Per 1 januari 2009 vervalt de huidige buitengewone uitgavenregeling. In 2008 geldt nog een versoberde regeling, waarin enerzijds verschillende aftrekposten zijn vervallen, anderzijds de drempel, waarboven de zorgkosten voor aftrek in aanmerking komen, aanzienlijk is verlaagd. U kunt weliswaar de nominale premie (in 2007 een standaardpremie van € 1.059) voor het basispakket van uw zorgverzekering en de inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet (ZVW), niet meer in aftrek brengen, maar daar staat tegenover dat de relatief hoge drempel is verlaagd van 11,5% naar 1,65% van het drempelinkomen. Bovendien is het minimum drempelbedrag verlaagd tot € 115 per belastingplichtige (fiscale partners € 230). Het is met name deze drempelverlaging in combinatie met de soort uitgaven die worden gedaan, die de aftrek van buitengewone uitgaven in 2008 voor veel meer mensen binnen bereik brengt. Als u bepaalde specifieke uitgaven doet, kan het zelfs gebeuren dat u meer kosten in aftrek kunt brengen, dan u heeft betaald. Er zijn zelfs situaties denkbaar, waarin u meer terugkrijgt, dan u hebt uitgegeven!
1.4.1 Zorgkosten naar voren halen en vooruitbetalen
Een extra reden om nog dit jaar bepaalde uitgaven te doen of uitgaven die u voor 2009 had gepland naar voren te halen, is bovendien dat vanaf 1 januari 2009 de aftrekbaarheid van veel zorgkosten komt te vervallen. Het gaat dan met name om de kosten voor brillen, contactlenzen en andere hulpmiddelen ter ondersteuning van het gezichtsvermogen, maar ook voor een ooglaserbehandeling, de kosten voor kraamzorg en de verloskundige en de overlijdenskosten. Met name met laatstgenoemde kosten, kunt u in 2008 nog een aardig belastingvoordeel behalen.
Dit jaar heeft u namelijk nog de mogelijkheid om de betaalde kosten af te trekken voor het toekomstig overlijden van uzelf, uw partner of kinderen jonger dan 27 jaar. Hieronder valt bijvoorbeeld ook de premie of koopsom voor een begrafenis- of crematieverzekering. Er zijn wel voorwaarden aan verbonden, maar daarover informeren wij u graag. Naast een koopsomstorting of premiebetaling aan een verzekeraar kunt u bovendien een depositostorting bij uw eigen BV doen. Vraag uw adviseur naar deze mogelijkheid.
Als u zorgkosten naar voren haalt, dan moet u steeds bedenken dat voor aftrek in 2008 het betalingsmoment doorslaggevend is. Dat een behandeling of bijvoorbeeld de levering van een hulpmiddel pas in 2009 plaatsvindt, heeft daarop geen invloed. Hoewel het kort dag is, kan het zinvol zijn om bepaalde hulpmiddelen toch nog in 2008 aan te schaffen en te betalen. Voor sommige kosten komt er in 2009 een vervangende regeling, voor andere niet.
1.4.2 Nieuwe regeling voor chronisch zieken en gehandicapten
De nieuwe regeling bestaat uit een specifiek deel voor chronisch zieken en gehandicapten en een algemeen deel voor ouderen en arbeidsongeschikten. Het specifieke deel bestaat uit drie onderdelen. Het eerste betreft een forfaitaire regeling (toeslagregeling) van een vast bedrag per jaar die afhankelijk is van het zorggebruik. Het zorggebruik wordt door het Centraal Administratie Kantoor Bijzondere Zorgkosten (CAK) vastgesteld. Het CAK keert de bijbehorende toeslag automatisch uit, voor het eerst in de tweede helft van 2010.
Het tweede onderdeel betreft een verlaging van de eigen bijdrage AWBZ vanaf 1 januari 2010. De verlaging wordt ook automatisch door het CAK geregeld.
Het derde onderdeel betreft een beperkte fiscale regeling voor specifieke uitgaven. Hieronder vallen onder meer: voorgeschreven medicijnen, hulpmiddelen (met uitzondering van brillen), extra gezinshulp, vervoer van zieke of invalide, diëten op doktersvoorschrift en extra uitgaven voor kleding en beddengoed. De fiscale regeling loopt via de aangifte inkomstenbelasting en wordt (net als de oude regeling) door de Belastingdienst uitgevoerd. De nieuwe regeling voor chronisch zieken en gehandicapten is inmiddels wel door de Tweede Kamer aangenomen maar, in tegenstelling tot vrijwel alle maatregelen in deze decemberbrief, nog niet door de Eerste Kamer. De stemming zal daar in week 52 plaatsvinden. Vraag uw adviseur naar de stand van zaken.
2 Vennootschapsbelasting
2.1 Profiteer van de tariefsverlaging in 2008
De huidige vennootschapsbelasting kent drie tariefschijven. De eerste tariefschijf van 20% geldt voor een belastbaar bedrag tot € 40.000. De tweede tariefschijf van 23% geldt voor belastbare bedragen vanaf € 40.000 tot € 200.000. Voor belastbare bedragen boven € 200.000 geldt het tarief van 25,5%. Hierin komt verandering, want de tarieven voor de vennootschapsbelasting worden met terugwerkende kracht in 2008 verlaagd. Daartoe wordt de eerste tariefschijf van 20% verlengd tot een belastbaar bedrag van € 275.000. De tweede tariefschijf van 23% komt daarmee te vervallen. Dit betekent een tariefsverlaging van 3% voor belastbare bedragen tussen
€ 40.000 en € 200.000 en van 5,5% voor bedragen tussen € 200.000 en € 275.000. De maximale besparing bedraagt dus (3% over € 160.000 =) € 4.800 plus (5,5% over € 75.000 =) € 4.125 = € 8.925!
Drijft u uw onderneming in een BV en wenst u van de tariefsverlaging gebruik te maken, dan moet u dus actie ondernemen. Laat uw adviseur uitzoeken of er mogelijkheden zijn om winst naar voren te halen, bijvoorbeeld door een voorziening of herinvesteringsreserve aan de winst toe te voegen.
2.1.1 Beperkte verlenging tariefsverlaging in 2009 en 2010
Aanvankelijk zouden in 2009 de huidige tarieven weer gelden, maar in het kader van de kredietcrisis heeft het kabinet besloten om de tariefsverlaging naar 2009 en 2010 uit te breiden. Let op: het tarief van 20% is dan van toepassing op een belastbaar bedrag van maximaal € 200.000 in plaats van € 275.000 in 2008. Boven dit bedrag bedraagt het tarief weer 25,5%.
2.2 Afwaarderen van effecten
De kredietcrisis heeft ook tot enorme dalingen van de beurskoersen geleid. Drijft u uw onderneming in de vorm van een BV en heeft zij effecten op haar balans staan, dan mag u die effecten op de kostprijs of de lagere beurskoers waarderen. In het laatste geval neemt u al verlies in uw BV zonder dat u de effecten verkoopt, dus zonder dat u het verlies werkelijk heeft geleden. Dat verlies is verrekenbaar met het overige resultaat in 2008 en als dat niet genoeg is, met de winst uit 2007 en als dan nog een verlies resteert, met de winst uit de 9 jaren na 2008. U kunt zo uw winst verlagen en belasting besparen.
Als de beurskoersen weer aantrekken, dan moet u de effecten wel opwaarderen tot maximaal de kostprijs. Als u echter een koersstijging verwacht, dan zou u kunnen overwegen om het effectenpakket naar privé te halen tegen de (nog) lage beurskoersen. U voorkomt daarmee de verplichte opwaardering. In privé behoren de effecten tot het inkomen uit sparen en beleggen (box 3) en zijn daar dus laag belast.
3. Loonheffingen
3.1 DGA blijft in 2009 toch in de loonheffing
Een BV waar één of meer directeuren-grootaandeelhouders (DGA’s) in dienstbetrekking zijn (maar geen ander personeel), zou vanaf 1 januari 2009 niet meer inhoudingsplichtig zijn voor de loonheffing (= loonbelasting en premies volksverzekeringen) en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (ZVW). De beëindiging van de inhoudingsplicht gaat echter toch niet door. De DGA blijft dus toch in de loonheffing. In plaats daarvan wordt per 1 januari 2010 een vereenvoudigde loonaangifte voor de DGA ingevoerd. Verder komt er dan de mogelijkheid om maandaangiften met ongewijzigde gegevens eerder in te dienen (meerdere maanden tegelijk) en een eenvoudiger betalingssysteem.
3.2 Bijtelling privé-gebruik auto van de zaak
De bijtelling voor privé-gebruik van een auto van de zaak is in beginsel 25% van de catalogusprijs. Voor zeer zuinige auto’s geldt sinds 1 januari 2008 een bijtelling van 14%. De stap naar een zeer zuinige auto is voor veel autorijders te groot gebleken. Daarom wordt er een derde categorie ingevoerd. De bijtelling voor auto’s met een CO2-uitstoot tussen de 111 en 140 gram per kilometer (voor dieselauto’s tussen 96 en 116 gram per kilometer) bedraagt dan 20%.
3.3 Verruiming vaste reiskostenvergoeding
De vaste onbelaste reiskostenvergoeding wordt zodanig verruimd dat de vergoeding ook geldt als een werknemer op minimaal 60% (nu: 70%) van de werkdagen naar zijn (haar) vaste werkplaats reist. Hierdoor kan een werknemer bij een vijfdaagse werkweek 2 dagen thuiswerken met behoud van de reiskostenvergoeding. Daarnaast wordt het criterium dat de vaste reiskostenvergoeding bij een fulltime dienstbetrekking op basis van 214 dagen moet worden berekend, minder stringent toegepast. U mag de vaste reiskostenvergoeding ook op basis van minder dan 214 dagen berekenen.
3.4 Aanpassingen in de verhuiskostenregeling
De verhuiskostenregeling wordt zo aangepast dat die alleen van toepassing is op werknemers die binnen 2 jaar na indiensttreding of overplaatsing, verhuizen naar een woning die binnen 10 km ligt van hun werk, terwijl ze daarvoor meer dan 25 km van hun werk woonden. U kunt volgend jaar dus niet meer onbelast vergoeden de verhuizing van een werknemer die op 25 km of minder van zijn (haar) werk woont naar een woning binnen 10 km van zijn (haar) werk. U mag de kosten van het overbrengen van de inboedel onbelast vergoeden. Dat is niet aan een maximum gebonden. Daarnaast kunt u de overige kosten, inclusief die voor de herinrichting, onbelast vergoeden. Deze onbelaste verhuiskostenvergoeding wordt verhoogd van € 5.445 naar € 7.750. Verder vervalt de voorwaarde dat deze vergoeding niet meer dan 12% van het jaarloon mag bedragen. Pas uw personeelsregeling zonodig op de wijziging aan!
3.5 Verhalen WGA-premie
U kunt als werkgever de WGA-premie of de WGA-lasten (indien u eigenrisicodrager bent) voor de helft op uw werknemers verhalen. Hoewel de rechtelijke procedures over de vraag of dat verhaal op het nettoloon of op het brutoloon moet plaatsvinden nog in volle gang zijn, wordt vanaf 2009 wettelijk geregeld dat het verhaal op het nettoloon moet plaatsvinden.
3.6 Einde onbelaste vergoeding voor bijzondere ziektekosten
Op 1 januari 2009 vervalt de vrijstelling in de loonheffing voor de vergoeding voor bijzondere ziektekosten. Het jaar 2008 is dus het laatste jaar waarin u onder voorwaarden de op de werknemer drukkende kosten ter zake van ziekte, invaliditeit en bevalling, onbelast kunt vergoeden of verstrekken. Het moet gaan om bijzondere ziektekosten die niet in het basispakket van de Zorgverzekeringswet (ZVW) vallen en ook niet op een andere wijze (bijvoorbeeld via een aanvullende verzekering of de AWBZ) worden vergoed. Ook de verplichte eigen bijdrage van € 150 voor de ZVW mag u onbelast vergoeden. De werkgever van een directeur-grootaandeelhouder (DGA) is zijn BV. Ook in dat geval kan de BV aan de DGA de bijzondere ziektekosten vergoeden, mits aan de gestelde voorwaarden is voldaan.
Een van de voorwaarden is dat de werknemer geen aftrek heeft in de inkomstenbelasting. Ga dat daarom na voordat u een vergoeding verstrekt. Als u onterecht een onbelaste vergoeding heeft verstrekt, dan loopt u kans op een naheffing die u niet zo eenvoudig op uw werknemer zult kunnen verhalen. Laat daarom een werknemer schriftelijk verklaren dat hij (zij) geen aftrekrecht heeft en dat u, mocht dit toch het geval zijn, de kosten van de naheffing op hem (haar) kunt verhalen.
Een andere belangrijke voorwaarde is dat de werknemer geen recht (aanspraak) mag hebben op de vergoeding. Is dat wel het geval, dan behoort die aanspraak op het moment van toekennen tot het belaste loon.
Als u een werknemer (of namens uw BV uzelf als DGA) de bijzondere ziektekosten over 2008 wilt vergoeden of verstrekken, zorg dan dat u de vergoeding, verstrekking of in ieder geval de toezegging vóór het einde van het jaar heeft gedaan.
U kunt ook met de werknemer afspreken dat u de bijzondere ziektekosten vergoedt en dat in ruil daarvoor het brutoloon van de werknemer (tijdelijk) wordt verlaagd. De werknemer heeft dan het belastingvoordeel over de vergoeding. De werknemer kan ook (gedeeltelijk) afzien van zijn bonus, tantième of eindejaarsuitkering. De regeling moet wel schriftelijk worden vastgelegd en er moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Uw adviseur kan een regeling voor u opstellen.
3.7 Afschaffing algemene verplichte eerstedagsmelding
U moet nieuwe werknemers in beginsel vóór hun eerste werkdag via een eerstedagsmelding (EDM) bij de Belastingdienst aanmelden. Deze verplichting geldt momenteel voor alle werkgevers. Vanaf 1 januari 2009 wordt de verplichte EDM alleen nog opgelegd bij risico’s op fraude en illegale tewerkstelling. De verplichte EDM geldt voor een termijn van 3 jaar, tenzij een dergelijke verplichting al eerder is opgelegd. In dat geval geldt de verplichting voor 5 jaar.