Info del Mare nieuwsbrief Nr.1, oktober 2006
Inleiding
De fiscale wetgeving wordt ieder jaar op onderdelen aangepast. Op dit moment zijn de volgende, voor u als belastingbetaler relevante, wetsvoorstellen in behandeling bij de Tweede Kamer:
- Werken aan Winst
Dit voorstel staat in het teken van tariefsverlaging en grondslagverbreding. - Paarse Krokodil
Dit voorstel staat in het teken van het terugdringen van administratieve lasten voor werkgevers en voorziet vooral in aanpassingen binnen de loonheffingensfeer. - Belastingplan 2007
Dit voorstel is op Prinsjesdag (19 september 2006) gepresenteerd.
De voorstellen kunnen nog op onderdelen wijzigen, omdat de parlementaire behandeling nog niet is afgerond.
Let op: dit betekent dus dat een aantal in deze brief genoemde zaken onder voorbehoud is opgenomen.
Met nog drie maanden in 2006 te gaan is het wijsheid om na te gaan welke maatregelen u, al dan niet in overleg met ons, nog dit jaar kunt nemen om fiscale voordelen optimaal te benutten. Een half uur lezen kan u wellicht veel euro’s besparen. Naast de laatste stand van zaken rond de wetvoorstellen bevat deze brief daarom een actueel overzicht met tips en actiepunten.
In deze brief geven we in onderdelen 1, 2, en 3 de laatste stand rond de genoemde wetsvoorstellen. Daarna volgen in onderdeel 4 de tips en actiepunten.
Inhoud
1. Het wetsvoorstel Werken aan Winst
- 1.1 MKB-winstvrijstelling
- 1.2 Verlaging van de vennootschapsbelasting
- 1.3 Grondslagverbreding
- 1.4 Waardering onderhanden werk
- 1.5 Beperking van afschrijvingen
- 1.6 Beperking verliesverrekening
- 1.7 Overige maatregelen
- 1.7.1 Aanpassing deelnemingsvrijstelling
- 1.7.2 Renteaftrek
- 1.7.3 Octrooibox
2. Belastingplan 2007Het wetsvoorstel Paarse Krokodil
- 2.1 Geschenkenregeling
- 2.2 Telefoon, internet en communicatie
- 2.3 Bedrijfsfitness
- 2.4 Personeelsfeesten, personeelsreizen en personeelsverenigingen
- 2.5 Maaltijdregelingen
- 2.6 Afschaffing loonbelastingverklaring
- 2.7 Reizen en vervoer
3. Belastingplan 2007
- 3.1 Wijzigingen in de inkomstenbelasting
- 3.1.1 Tarieven Box 1
- 3.1.2 Aanmerkelijk belangtarief (Box 2)
- 3.1.3 Heffingskortingen
- 3.1.4 Startersaftrek voor (gedeeltelijk) arbeidsongeschikten
3.2 Loonheffingen en afdrachtvermindering
-
3.2.1 Regeling dienstverlening aan huis
-
3.2.2 Afdrachtvermindering onderwijs
-
3.2.3 Afdrachtvermindering WBSO
-
3.2.4 Elders verworven competenties
3.3 Succesiewet
3.4 Omzetbelasting
3.5 Belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM) en motorrijtuigenbelasting (MRB)
3.6 Overige maatregelen
-
3.6.1 Wet Kinderopvang
-
3.6.2 Nieuwe Pensioenwet
4 Tips en aandachtspunten najaar 2006
-
4.1 Tips en aandachtspunten voor alle ondernemers
-
4.1.1 Tariefsverlaging in inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting
-
4.1.2 Schenking van ondernemingsvermogen: doorschuiven naar 2007
-
4.1.3 Arbeidsvoorwaarden: let op bruto-nettotraject
-
4.1.4 Aandachtspunten omzetbelasting
-
4.1.5 Aandachtspunten 2006 afgerond
4.2 Tips en aandachtspunten voor ondernemers zonder B.V.
-
4.2.1 Beëindiging van uw onderneming: niet in 2006 maar in 2007
-
4.2.2 Rechtsvorm wijzigen?
-
4.2.3 Samenwerkingverband met uw partner
-
4.2.4 Breng overtollige liquiditeiten onder in Box 3
4.3 Tips en aandachtspunten voor ondernemers met B.V.
-
4.3.1 Tijdelijke verlaging tarief Box 2
-
4.3.2 Let op bij bestaande bedrijfsopvolgingsstructuren met bijzondere aandelen
-
4.3.3 Rekening-courant B.V. en dga: minder gebruiken en saldo laag houden
-
4.3.4 Schuiven met bedrijfspand: van privé naar bedrijf
-
4.3.5 Beperking afschrijving gebouwen: speel hierop in
-
4.3.6 Levensloopregeling
-
4.3.7 Borgstelling: voorwaarden gewijzigd
4.4 Tips en aandachtspunten voor alle belastingbetalers
-
4.4.1 Hypotheekrente eigen woning: vooruit betalen
-
4.4.2 Hypotheek eigen woning aflossen
-
4.4.3 Renteaftrek verbouwen woning of renovatie tuin
-
4.4.4 Aftrek premie lijfrente bij pensioentekort check
-
4.4.5 Schenking aan (klein)kinderen
-
4.4.6 Schenken aan goede doelen
-
4.4.7 Eenmalige aftrekposten
-
4.4.8 Koop dure gebruiksgoederen voor eind 2006
In mei van dit jaar is het wetsvoorstel Werken aan Winst ingediend bij de Tweede Kamer. Het borduurt voort op een nota die al in 2005 het levenslicht zag. Het wetsvoorstel rust op een aantal belangrijke pijlers: tariefsverlaging en verbreding van de belastinggrondslag. Het oorspronkelijke voorstel is al op een aantal punten gewijzigd.
De meest in het oog springende wijzigingen betreffen de invoering van een “MKB-winstvrijstelling” van 10% voor ondernemers-natuurlijke personen en een aanzienlijke verlaging van het vennootschapsbelastingtarief. Tegenover deze voorstellen staan enkele compenserende maatregelen, zoals beperking van afschrijving op vastgoed en beperking van de verliescompensatie die het totale plaatje budgetneutraal moeten laten verlopen. De voor de meeste ondernemers belangrijke elementen zetten we op een rij.
1.1 MKB-winstvrijstelling
In de inkomstenbelasting wordt de MKB-winstvrijstelling ingevoerd. Deze vrijstelling is alleen bedoeld voor “echte” ondernemers die aan het zogenoemde urencriterium voldoen. Dat zijn ondernemers die ten minste 1225 uur per kalenderjaar besteden aan werkzaamheden voor hun onderneming. Winstgerechtigden, zoals commanditaire vennoten, kunnen hier niet van profiteren. De belastbare winst is voor 10% vrijgesteld. De vrijstelling geldt overigens ook als er sprake is van verlies. In dat geval leidt de vrijstelling tot een lager (verrekenbaar) verlies uit onderneming.
1.2 Verlaging van de vennootschapsbelasting
Het algemene vennootschapsbelasting wordt per 1 januari 2007 verlaagd van 29,5% naar 25,5%. Het speciale tarief voor het Midden- en Kleinbedrijf (MKB) voor belastbare winst tot € 25.000 wordt verlaagd van 25,5% naar 20%. Bovendien wordt een tweede MKB-tarief ingevoerd van 23,5% voor winsten tussen € 25.000 en € 60.000.
1.3 Grondslagverbreding
Tegenover de toch forse verlaging van het vennootschapsbelastingtarief en de invoering van de winstvrijstelling in de inkomstenbelasting staan maatregelen die de zogenaamde belastinggrondslag verbreden. De eerste maatregel heeft betrekking op de waardering van onderhanden werk, de tweede maatregel betreft de afschrijving op onder andere goodwill en onroerende zaken.
1.4 Waardering onderhanden werk
De winst op onderhanden werk kan vanaf 1 januari 2007 niet meer worden uitgesteld tot het moment van oplevering van het werk, maar zal er voortschrijdend winst moeten worden genomen naarmate het werk vordert en termijnen in rekening zijn gebracht. Ook zal dan het constante deel van de algemene kosten in de waardering van het onderhanden werk moeten worden opgenomen. Die kosten kunnen dan dus niet meer direct ten laste van de winst worden gebracht. De maatregel zal gelden voor het eerste boekjaar dat begint op of na
1 januari 2007. Ook winsten op onderhanden werk die hun oorsprong in voorgaande boekjaren hebben, zullen worden belast.
1.5 Beperking van afschrijvingen
Onder de huidige wetgeving mogen gebouwen worden afgeschreven tot op de restwaarde. Veelal wordt deze op nihil c.q. op de oorspronkelijke grondprijs gesteld. Onder de voorgestelde wetgeving wordt de WOZ-waarde (ook wel genoemd de bodemwaarde) maatgevend. Beleggingspanden kunt u nog maar afschrijven tot dat de boekwaarde gelijk is aan de WOZ-waarde. Op een bedrijfspand in eigen gebruik en het bedrijfspand dat de directeur-grootaandeelhouder verhuurt aan zijn BV, kan worden afgeschreven tot dat de boekwaarde gelijk is aan 50% van de WOZ-waarde. Afwaardering tot lagere bedrijfswaarde blijft mogelijk. Gebouwen waarop op 1 januari 2007 nog geen drie jaar is afgeschreven, mogen nog volgens de oude methode worden afgeschreven totdat op de gebouwen wel drie jaar is afgeschreven.
De afschrijvingstermijn op aangekochte goodwill wordt tenminste 10 jaar. Voor overige bedrijfsmiddelen geldt een afschrijvingstermijn van minimaal 5 jaar. In beide gevallen blijft afwaardering naar lagere bedrijfswaarde mogelijk. Voor goodwill en overige bedrijfsmiddelen die op 1 januari 2007 al op de balans staan, gelden aangepaste termijnen.
1.6 Beperking verliesverrekening
Een verlies kan met ingang van 2007 worden verrekend met de winst uit de drie voorgaande jaren en daarna (het restant verlies) met de winst uit de negen daarop volgende kalenderjaren. Als u in 2007 een verlies maakt en dit verlies niet volledig is verrekend met winst uit de drie voorgaande en de negen volgende jaren, dan gaat het verlies in 2016 verloren. Alle op 1 januari 2007 nog niet verrekende verliezen kunnen in ieder geval nog tot en met 2011 voorwaarts worden verrekend. Met ingang van 2012 zijn verliezen uit 2002 en oudere jaren niet meer verrekenbaar.
Let op: in de vennootschapsbelasting en bij verliezen uit box 2 geldt slechts een achterwaartse verliesverrekening van 1 jaar in plaats van 3 jaar!
1.7 Overige maatregelen
1.7.1 Aanpassing deelnemingsvrijstelling
De deelnemingsvrijstelling wordt aangepast. De voor de praktijk meest in het oog springende wijziging is dat alleen nog participaties van 5% of meer een vrijgestelde deelneming kunnen vormen. De zogenaamde oneigenlijke deelneming (een belang kleiner dan 5% maar naar zijn aard een deelneming) bestaat straks niet meer. Dit is in het MKB met name van belang voor bedrijfsopvolgingsstructuren met verschillende soorten aandelen (zie ook 4.2.3 hierna).
1.7.2 Renteaftrek
In de vennootschapsbelasting worden bepalingen over renteaftrek aangepast en wordt een speciale regeling voor groepsrente geïntroduceerd.
1.7.3 Octrooibox
Een laatste aanpassing betreft de introductie van een octrooibox. Deze regeling voorziet in een fiscaal aantrekkelijk winstregime voor in Nederland ontwikkelde octrooien.
2 Het wetsvoorstel Paarse Krokodil
In dit wetsvoorstel, ingediend in het voorjaar van 2006 en met een knipoog vernoemd naar de hoofdrolspeler uit de televisiereclame van een bekend verzekeringsconcern, neemt het kabinet maatregelen om regels in de loonsfeer te verminderen en te vereenvoudigen. Hieronder volgen de voor u meest relevante aanpassingen:
2.1 Geschenkenregeling
De zogenaamde “kerstpakkettenregeling” (één geschenk in natura per jaar van maximaal € 35 ter gelegenheid van een algemeen erkende feestdag) en de regeling voor geschenken ter gelegenheid van een bedrijfsjubileum of een persoonlijke feestdag van de werknemer worden samengevoegd. Er komt één regeling voor geschenken in natura tot € 70 per kalenderjaar en per werknemer. De gelegenheid is dus niet meer van belang. De eindheffing in de loonbelasting wordt wel verhoogd, namelijk van 15% nu tot 20%.
2.2 Telefoon, internet en communicatie
Op dit moment zijn er verschillende regelingen voor vergoedingen en verstrekkingen in de sfeer van telefoon, internet en communicatie. Deze regelingen worden samengevoegd tot één eenvoudiger en uniforme regeling die kort gezegd op het volgende neerkomt.
Alle vergoedingen en verstrekkingen worden vrijgesteld, mits sprake is van een meer dan bijkomstig, dat wil zeggen 10%, zakelijk gebruik. Dit zakelijk gebruik moet structureel zijn en zal veelal blijken uit de functie van de werknemer. De regeling omvat alle vergoedingen en verstrekkingen die direct verband houden met telefoon, internet en dergelijke communicatiemiddelen, zoals de aankoopkosten van een telefoon, de aanleg- of aansluitkosten van een internet- of telefoonverbinding, de abonnementskosten en de gesprekskosten.
Let op: de nieuwe regeling geldt niet voor computers en dergelijke en bijbehorende apparatuur, hoewel dit ook communicatiemiddelen kunnen zijn. Modems en faxen vallen onder bijbehorende apparatuur. Deze apparaten kunnen slechts onbelast worden vergoed of verstrekt als er sprake is voor meer dan 90% zakelijk gebruik.
2.3 Bedrijfsfitness
Onder voorwaarden kan verstrekking of vergoeding van bedrijfsfitness onbelast plaatsvinden. Een nadeel van de huidige regeling is dat de fitness ‘in de baas zijn tijd’ moet plaatsvinden. Deelname aan de regeling betekent dus verlies van productietijd en ontneemt veel werkgevers de animo om van de vrijstelling gebruik te maken. Daarom wordt voorgesteld om deze eis te laten vervallen. De vrijstelling wordt van toepassing op fitness op de werkplek of fitness op een andere vaste door de werkgever aan te wijzen plaats die geldt voor alle werknemers of alle werknemers op dezelfde arbeidsplaats die niet is gelegen in de woning van een van hen. De kosten van individueel fitnessen door werknemers op een locatie naar keuze vallen dus niet onder de vrijstelling.
Let op: de regeling geldt niet als alleen de directeur-grootaandeelhouder (samen met zijn partner) van de regeling gebruikmaakt.
2.4 Personeelsfeesten, personeelsreizen en personeelsverenigingen
Een groot nadeel van de bestaande regeling voor personeelsfeesten, personeelsfestiviteiten en dergelijke incidentele personeelsvoorzieningen is dat per werknemer moet worden beoordeeld of het onbelaste normbedrag (€ 340 en € 454 bij een jubileum van de werkgever) wordt overschreden. Met name het bijhouden van de kosten per werknemer levert vaak problemen op. Per 1 januari 2007 vervallen de normbedragen. Vrijgesteld zijn dan incidentele personeelsvoorzieningen die een gezamenlijk karakter dragen en waaraan de deelname openstaat voor ten minste driekwart van de werknemers die behoren tot een organisatorische of functionele eenheid. Ook de partners kunnen vrijgesteld deelnemen.
Vergoedingen en verstrekkingen ter zake van personeelsverenigingen (waaronder lief- en leedpotjes) worden ook geheel vrijgesteld, mits de deelname openstaat voor ten minste driekwart van de werknemers of driekwart van de werknemers met dezelfde arbeidsplaats die niet is gelegen in de woning van de werknemer
Let op: de vrijstellingen gelden niet voor de werknemer die al dan niet tezamen met zijn partner en zijn bloed- of aanverwanten in de rechte lijn direct of indirect een belang van ten minste eenderde in een vennootschap heeft. De vrijstelling komt ook niet toe aan de partner van deze werknemer.
2.5 Maaltijdregelingen
Een vergoeding of verstrekking van maximaal 80 maaltijden per kalenderjaar is nu onbelast, als de vergoeding of verstrekking een meer dan bijkomstig zakelijk karakter heeft. Dit kan bijvoorbeeld zijn bij al dan niet verwacht overwerk of koopavonden of tijdens dienstreizen. Als een werknemer door zijn werk ’s avonds niet op een gewone tijd thuis kan eten, is in elk geval sprake van een meer dan bijkomstig zakelijk karakter. Voor zover het aantal maaltijden per kalenderjaar meer is dan 80 (vergoedingen en verstrekkingen samen), moet een normbedrag bij het loon worden geteld. Deze regeling wordt afgeschaft. Alle meer dan bijkomstige (10%) zakelijke maaltijden kunnen onbelast worden vergoed of verstrekt. Het is dan niet meer nodig het aantal maaltijden te registreren. De normbedragen die gelden voor de maaltijden in bedrijfskantines blijven bestaan.
Let op: nu kan een werkgever de extra kosten voor verlichting, verwarming en het bereiden van de maaltijd in verband met onregelmatige diensten of continudiensten tot bepaalde bedragen onbelast vergoeden. Met ingang van 2007 zal deze vergoeding worden belast. Het is dan ook niet meer mogelijk deze kosten in een vaste kostenvergoeding op te nemen.
2.6 Afschaffing loonbelastingverklaring
Met de invoering van de eerstedagsmelding enkele maanden geleden is de loonbelastingverklaring al overbodig geworden.
Let op: de werknemer dient aannemelijk te maken dat hij de heffingskorting bij zijn werkgever wil laten toepassen. Tot nu toe gebeurde dat op de loonbelastingverklaring, maar straks moet de werknemer daar zelf bij de werkgever om verzoeken en wel schriftelijk, gedagtekend en ondertekend (maar verder vormvrij).
2.7 Reizen en vervoer
De vaste reiskostenvergoeding woon-werkverkeer wordt verruimd.
Een werkgever mag aan zijn werknemers die op minstens 70% van het totaal aantal werkdagen naar een vaste arbeidsplaats reizen, een vaste onbelaste reiskostenvergoeding betalen alsof zij deze arbeidsplaats op alle werkdagen bereizen. De werkgever mag uitgaan van 214 werkdagen. Daarbij is rekening gehouden met 36 dagen waarop de werknemer niet werkt wegens feestdagen, vakantiedagen, ziekte- en compensatieverlof en dergelijke. De vaste onbelaste reiskostenvergoeding kan dus worden betaald aan alle werknemers die op ten minste 150 dagen (70% van 214 dagen) naar dezelfde arbeidsplaats reizen. Voor deeltijders moet dit aantal dagen naar evenredigheid worden verminderd.
Stel, een werknemer woont 20 kilometer van zijn vaste arbeidsplaats waar hij op vijf dagen van de week werkt. De vaste onbelaste reiskostenvergoeding bedraagt dan op jaarbasis
20 x 2 x € 0,19 x 214 = € 1.626 ofwel € 136 per maand. Als deze werknemer op jaarbasis tenminste 150 dagen op kantoor is en de overige dagen cliënten bezoekt, mag de werkgever dus € 136 per maand vergoeden en daarnaast nog de kilometers die deze werknemer maakt om de cliënten te bezoeken. De werknemer kan dan meer dan € 0,19 per kilometer krijgen.
Als de werknemer op jaarbasis minder dan 150 dagen naar dezelfde arbeidsplaats reist, kan de werkgever volgens de hoofdregel € 0,19 per daadwerkelijk afgelegde kilometer vergoeden. Als dit achteraf blijkt, zal de werkgever correctieberichten moeten indienen voor de al ingediende aangiften loonheffingen.
Als er sprake is van vergoeding of verstrekking van openbaar vervoer wordt de bewaarplicht voor vervoersbewijzen vormvrij. De huidige bijtelling voor zakelijk verstrekte OV-jaarkaarten komt te vervallen. De bijtelling van € 68 bij verstrekking van een fiets vervalt. Voorgesteld is de vrijgestelde vergoeding van fietskosten voor woon-werkverkeer per kalenderjaar op maximaal € 82 te stellen.
3 Belastingplan 2007
Traditiegetrouw wordt op Prinsjesdag niet alleen de Miljoenennota bekend gemaakt, maar het is ook het moment waarop het Belastingplan, een verzameling van fiscale wetsvoorstellen, aan de Tweede Kamer wordt aangeboden. Hieronder gaan we in op de meest relevante onderdelen van het Belastingplan 2007.
3.1 Wijzigingen in de inkomstenbelasting
3.1.1 Tarieven box 1
De tarieven in de eerste en de tweede schijf worden verlaagd met 0,50% respectievelijk 0,05% en gaan er als volg uit zien:
Tot en met 64 jaar 65 jaar of ouder
eerste schijf € 17.319 33,65% (2006: 34,15%) 15,75% (2006: 16,25%)
tweede schijf € 17.319 - € 31.122 41,40% (2006: 41,45%) 23,50% (2006: 23,55%)
derde schijf € 31.122 - € 53.064 42,00% 42,00%
vierde schijf € 53.064 en meer 52,00% 52,00%
3.1.2 Aanmerkelijk belangtarief (box 2)
Uitsluitend voor het jaar 2007 gaat het tarief in box 2 omlaag van 25% naar 22% voor de eerste € 250.000 inkomsten uit aanmerkelijk belang. Deze belastingverlaging compenseert voor directeuren-grootaandeelhouders de hogere inkomensafhankelijke bijdrage aan de ziektekostenverzekering. Met ingang van het jaar 2008 komt er een regeling waarbij directeuren-grootaandeelhouders net zoveel inkomensafhankelijke bijdrage aan de ziektekostenverzekering gaan betalen als ondernemers.
3.1.3 Heffingskortingen
De volgende heffingskortingen worden aangepast:
Algemene heffingskorting € 2.043 (2006: € 1.990)
Arbeidskorting (maximaal) € 1.399 (2006: € 1.357)
Aanvullende combinatiekorting € 700 (2006: € 608)
Mantelzorgkorting (*)
(*) Op 1 januari 2007 zou een belastingkorting worden geïntroduceerd maar dit leidt tot uitvoeringsproblemen. De mantelzorgkorting wordt omgezet in een uitgavenregeling.
3.1.4 Startersaftrek voor (gedeeltelijk) arbeidsongeschikten
(Gedeeltelijk) arbeidsongeschikten jonger dan 65 jaar die een bedrijf willen beginnen, maar niet aan 1.225 gewerkte uren per jaar komen, krijgen een aparte aftrekpost (startersaftrek) van € 12.000, € 8.000 en € 4.000 voor het eerste, tweede, respectievelijk derde jaar. Voorwaarde is wel dat deze starter ten minste 800 uur werkzaam is in zijn of haar onderneming.
3.2 Loonheffingen en afdrachtvermindering
3.2.1 Regeling dienstverlening aan huis
Een particulier mag met ingang van 2007 drie dagen per week persoonlijke diensten (denkt u aan schoonmaken, tuinonderhoud of de hond uitlaten) laten verrichten zonder loonheffing of premies voor werknemersverzekeringen in te hoeven houden. Uiteraard moet degene die de dienst verricht deze inkomsten wel opgeven in zijn aangifte inkomstenbelasting.
3.2.2 Afdrachtvermindering onderwijs
Werkgevers die hun werknemers in de gelegenheid stellen een zogenaamde startkwalificatie te halen, komen in aanmerking voor een afdrachtvermindering. Deze afdrachtvermindering wordt verhoogd van € 1.500 naar € 3.000. Verder komt er een nieuwe afdrachtvermindering voor werkgevers die stages aanbieden voor leerlingen in de beroepsopleidende leerweg op mbo-1 en mbo-2 niveau. Deze afdrachtvermindering bedraagt maximaal € 1.200 als het hele jaar stage wordt gelopen.
3.2.3 Afdrachtvermindering WBSO
De overgangsregeling voor de vaststelling van het gemiddelde uurloon van de afdrachtvermindering WBSO wordt in 2007 gecontinueerd. Verder wordt de margeregeling van de afdrachtvermindering WBSO verruimd. Het drempelbedrag van € 5.000 wordt verhoogd tot € 10.000. De termijn waarbinnen de inhoudingsplichtige mededeling moet doen, wordt verlengd van twee naar drie maanden.
3.2.4 Elders verworven competenties
Werkgevers die een EVC-procedure (procedure waarbij werknemers hun elders verworven competenties omzetten in een diploma) voor hun werknemers betalen, krijgen een belastingvoordeel van € 300. Een tegoed op een spaarloonregeling kan worden gedeblokkeerd voor zover dit tegoed wordt gebruikt voor uitgaven aan een EVC-procedure.
3.3 Successiewet
Zoals u weet is het tarief voor successie- en schenkingsrecht hoger naarmate de verkrijging hoger is en de erfgenaam of begiftigde in verwantschap verder afstaat van de overledene of schenker. Het toptarief van 68% wordt als te hoog ervaren. Voorgesteld is dit tarief te verlagen naar het tarief van de voorgaande schijf van 63%. Het hoogste tarief is van toepassing op zogenoemde “andere verkrijgers”. Dit zijn ontvangers van een erfenis of schenking die qua graad van verwantschap niet vallen onder de eerste tariefgroep (onder andere echtgenoot, kinderen, afstammelingen) of de tweede tariefgroep (broers, zusters, bloedverwanten in de rechte opgaande lijn).
3.4 Omzetbelasting
U herinnert zich mogelijk de discussie die een Duits echtpaar had aangespannen tegen de Nederlandse fiscus. Het echtpaar bezat een vakantiewoning in Nederland, rekende dit tot het ondernemingsvermogen, en verhuurde die woning een deel van het jaar aan derden. De BTW op het volledige aankoopbedrag van de woning trokken zij af in hun aangifte BTW. De Europese rechter heeft bepaald dat deze handelswijze correct is en dat de Nederlandse wetgeving moest worden aangepast. In het Belastingplan wordt dit nu geregeld en wel in die zin dat aftrek van de volledige BTW mogelijk is, maar dat over het privé-gebruik BTW moet worden afgedragen. Deze regeling heeft gevolgen voor alle goederen die een ondernemer heeft aangeschaft in zijn onderneming en vervolgens ook privé gebruikt en sluit aan bij de al bestaande herzieningstermijnen voor onroerende en roerende investeringsgoederen.
3.5 Belasting van personenauto's en motorrijwielen (BPM) en Motorrijtuigenbelasting (MRB)
Als gevolg van een uitspraak van de Europese rechter werd het aantrekkelijker om als Nederlands ingezetene gebruik te maken van een buitenlandse huurauto dan van een Nederlandse huurauto. Deze ongelijkheid wordt nu hersteld.
3.6 Overige maatregelen
3.6.1 Wet Kinderopvang
Het kabinet wil fors investeren in regelingen die de combinatie arbeid en zorg makkelijker maken en stelt extra geld ter beschikking. Dit zal er toe leiden dat meer ouders in aanmerking komen voor een bijdrage in de kosten van kinderopvang. Daarnaast wordt beoogd dat werkgevers vanaf 2007 via verhoging van de wachtgeldpremie verplicht worden bij te dragen aan de kosten van kinderopvang. Zowel de werkgeversbijdrage als de overheidsbijdrage worden uitbetaald door de Belastingdienst.
3.6.2 Nieuwe Pensioenwet
Momenteel ligt de nieuwe Pensioenwet voor behandeling in de Tweede Kamer. De wet stelt eisen aan de financiële positie van pensioenfondsen, waardoor werknemers en gepensioneerden meer zekerheid krijgen over de (toekomstige) uitbetaling van hun pensioen. Pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen moeten bovendien deelnemers beter informeren over hun opgebouwde pensioenrechten en over de aanpassing van pensioenen aan de lonen en prijzen. Daarnaast wordt de medezeggenschap van gepensioneerden wettelijk vastgelegd. Ook deze wet zal naar verwachting op 1 januari 2007 in werking treden. Directeuren-grootaandeelhouders die een pensioentoezegging hebben, moeten in 2007 bepaalde keuzes maken.
4 Tips en aandachtspunten najaar 2006
In dit laatste hoofdstuk geven we u tips en aandachtspunten. Het gaat vooral om actiepunten, zaken die u dit najaar nog kunt regelen om tot een gunstiger fiscale positie te komen. Soms gaat het om dingen die u juist dit najaar beter niet kunt doen, maar zou moeten uitstellen tot 2007.
We beginnen in onderdeel 4.1 met tips en aandachtspunten voor ondernemers. In onderdeel 4.2 geven we actiepunten voor de ondernemer-natuurlijke persoon, met andere woorden de ondernemer zonder B.V. In onderdeel 4.3 komt de directeur-grootaandeelhouder, de ondernemer met B.V., aan bod. We geven in onderdeel 4.4 algemene fiscale tips en aandachtspunten. Deze zijn ook interessant voor ondernemers.
Sommige tips en aandachtpunten zullen u direct duidelijk zijn. Bij andere kan een nadere toelichting of uitwerking wenselijk zijn. Daarvoor kunt u uiteraard bij ons terecht.
4.1 Tips en aandachtspunten voor alle ondernemers
4.1.1 Tariefsverlaging in inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting
Zoals hierboven in 2.1 en 2.2 aangegeven, biedt het wetsvoorstel Werken aan Winst een MKB-winstvrijstelling voor ondernemers zonder B.V. en een tariefsverlaging voor ondernemers met B.V. Het is daarom voor een winstgevende onderneming fiscaal interessant om waar mogelijk winst van 2006 naar 2007 te verschuiven. Dat kan bijvoorbeeld door omzet te vertragen, kosten naar voren te halen en extra voorzieningen te vormen. U kunt daarbij denken aan voorzieningen voor bijvoorbeeld onderhoud, pensioen, garantie, procedures, reorganisaties en milieuschade. Sommige van deze maatregelen vereisen actie en afstemming in 2006.
4.1.2 Schenking van ondernemingsvermogen: doorschuiven naar 2007
Is een bedrijfsopvolging in zicht, houd dan bij de afweging om af te wikkelen in 2006 of in 2007 rekening met de verruiming van de regeling in de successiewet. Bij schenking van de onderneming of aandelen in de B.V. mag in 2006 60% van de waarde van de onderneming onder voorwaarden buiten de belastingheffing blijven. Op 1 januari 2007 wordt dit vrijgestelde percentage 75%. Voor schenking van aandelen in de B.V. geldt een extra argument voor uitstel, zie 5.3.1. hierna.
4.1.3 Arbeidsvoorwaarden: let op bruto-nettotraject
Het wetsvoorstel Paarse Krokodil biedt versoepeling en vereenvoudiging rond secundaire arbeidsvoorwaarden. Er is zo meer fiscale ruimte. Benutting hiervan vereist een communicatie- en onderhandelingstraject. Bovendien kunnen nieuwe afspraken gevolgen hebben voor WW, WIA en pensioengrondslag. Optimaal gebruik van de nieuwe mogelijkheden vereist aandacht ervoor in 2006.
Arbeidskosten zijn voor de werknemer bijna nooit meer aftrekbaar maar voor u als werkgever wel belastingvrij te vergoeden. Een voorbeeld zijn de zakelijke kilometers, waaronder ook woon-werkkilometers. De werknemer gaat er financieel op vooruit als u zijn kosten vergoedt. U kunt zo mogelijk de dertiende maand of bonus inbrengen in de onderhandelingen want dat is voor u een kostbaar extra. Stel: bonus € 4.000, netto werknemer € 2.400; uw kosten
€ 4.400. Als u nu € 3.200 aan onbelaste vergoedingen uitbetaalt (uiteraard binnen de wettelijke mogelijkheden, zie hierna) bent u beiden beter uit.
De volgende arbeidskosten mag u onbelast vergoeden:
-
Reiskosten privé-auto: u mag alle zakelijke kilometers inclusief woon- werkverkeer tegen € 0,19 per kilometer vergoeden.
-
Auto van de zaak: alle aan de auto toe te rekenen kosten zijn bedrijfskosten. Als u dat te bar vindt, vraag dan van uw werknemer een bijdrage in de kosten (‘eigen bijdrage’). Deze eigen bijdrage komt in mindering op de bijtelling.
-
Zakelijke gesprekskosten van de mobiele telefoon.
-
Inrichting telewerkruimte thuis: onder voorwaarden te vergoeden.
-
Kantoorbenodigdheden.
-
Kosten representatie.
-
Vakliteratuur.
-
Personeelslening: u mag die lening tegen 3,5% rente aan de werknemer verstrekken. Wordt de geldlening gebruikt voor de financiering van een eigen woning of de inrichting van de telewerkruimte thuis dan mag dat tegen 0%.
-
Verhuiskosten: onder voorwaarden kan u de werknemer die om zakelijke reden verhuist een onbelaste vergoeding toekennen van 12% van het jaarloon (maximaal € 5445) en bovendien de kosten voor het overbrengen van de inboedel onbelast vergoeden.
4.1.4 Aandachtspunten omzetbelasting
Voor ondernemers gelden, behoudens hetgeen is opgemerkt onder punt 4.4, geen bijzondere wijzigingen in 2007. We noemen wel de volgende aandachtspunten die in 2006 ook van u actie vragen:
-
Dubieuze debiteuren: vraag de omzetbelasting terug die u aan wanbetalers in rekening heeft gebracht en afgedragen;
-
De facturen: u heeft alleen recht op aftrek als de factuur aan de wettelijke vereisten voldoet. Zo moeten de tenaamstelling, de tarieven en de vrijstelling op de factuur correct worden vermeld;
-
Privé-gebruik: bij de laatste aangifte over 2006 dient het privégebruik te worden opgegeven. Het gaat onder meer om privé-gebruik auto door de ondernemer zelf, privé-gebruik elektriciteit, gas, warmte en water, relatiegeschenken en personeelsvoorzieningen.
4.1.5 Aandachtspunten 2006 afgerond?
In 2006 is er veel veranderd. Het is wijsheid om eind 2006 te controleren of alle veranderingen daadwerkelijk tot een goed einde zijn gebracht. Ook u zult voor 2006 een checklist hebben opgesteld. We geven enige voorbeelden:
-
Heeft u de afspraken op schrift met werknemers die aangeven met een auto van de zaak per jaar minder dan 500 kilometer privé te rijden?
-
Heeft u in het kader van het nieuwe ziektekostenstelsel een collectieve verzekering voor uw medewerkers afgesloten. Is het tijd voor een evaluatie met de ziektekostenverzekeraar? Wat kan beter?
-
Heeft u gecontracteerd met een nieuwe arbodienst? Hoe loopt het?
4.2 Tips en aandachtspunten voor ondernemers zonder B.V.
4.2.1 Beëindiging van uw onderneming: niet in 2006 maar in 2007
Als u overweegt uw winstgevende onderneming te beëindigen, kan het raadzaam zijn dat niet in 2006 af te ronden. Per 1 januari 2007 wordt 10% van de winst van de IB-ondernemer vrijgesteld (zie 2.1 hiervoor). Dat kan dus tot een belastingbesparing van maximaal 5,2% leiden. Dat geldt ook als u moet gaan afrekenen over de meerwaarde en goodwill in verband met verkoop of overdracht van uw onderneming of in verband met omzettting van de onderneming in een BV.
Zonder nadere regelgeving zou u de MKB-winstvrijstelling echter niet kunnen toepassen als u uw onderneming in 2007 staakt, maar op dat moment niet al tenminste 1.225 uren in uw onderneming werkzaam bent geweest. U kunt deze vrijstelling immers alleen toepassen als u aan dit urencriterium heeft voldaan. Dit effect heeft het kabinet niet gewenst. Daarom is bepaalt dat ingeval u in een jaar niet voldoet aan het urencriterium en voor u in dat jaar de stakingsaftrek geldt, mag u in dat jaar toch de MKB-winstvrijstelling toepassen. U moet dan wel in drie of meer van de vijf voorafgaande kalenderjaren wel ondernemer zijn geweest en aan het urencriterium hebben voldaan.
Bij omzetting in een B.V. gelden extra aandachtspunten.
Wellicht wilt u wel eind 2006 met uw ondernemingsactiviteiten stoppen, maar het stakingsmoment in 2007 laten vallen. Beëindig uw onderneming in dat geval niet eerder dan op 15 januari 2007, er moet (ook administratief) daadwerkelijk een nieuw boekjaar zijn aangevangen.
4.2.2 Rechtsvorm wijzigen?
De voorgestelde wijzigingen in inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting ten aanzien van belastingheffing over de winst roepen voor veel ondernemers de vraag op of de rechtsvorm fiscaal wel de gunstigste is. Daarbij spelen uiteraard teven andere afwegingen.
Als u besluit om de onderneming om te zetten in een B.V., verdient het in het algemeen de voorkeur om voor het beoogde overgangstijdstip tevoren een intentieverklaring of voorovereenkomst daartoe op te maken en te ondertekenen. Deze verplicht u niet om de omzetting daadwerkelijk door te zetten. Omzetting met terugwerkende kracht kan ook, maar geeft de fiscus het recht nadere voorwaarden te stellen.
4.2.3 Samenwerkingverband met uw partner
Werkt u samen met uw partner binnen een maatschap of vennootschap onder firma dan geniet u beiden van de fiscale voordelen van het fiscale ondernemerschap. Bij belastingcontroles wordt steevast onderzocht of de samenwerking gebruikelijk is. Onderzocht wordt of u met een derde onder dezelfde voorwaarden zou samenwerken. Het gaat om de vragen: wie kan wat (vaardigheden), wie mag wat (beslissingbevoegd) en hoeveel uur (tijd) wordt er besteed? Als uit onderzoek blijkt dat de partner hoofdzakelijk werkzaamheden van ondersteunende aard verricht, vervalt het recht op ondernemersaftrekposten. Als de winstverdeling onzakelijk is, volgt een correctie. De rechter kiest steeds vaker de zijde van de belastingdienst. Correcties met boete zijn geen uitzondering meer. Goede tussentijdse toetsing en vastlegging wordt dus steeds belangrijker. Als uw samenwerkingsverband een zeer kritische toets niet kan doorstaan, kunt u twee sporen volgen: de ondernemingsvorm aanpassen en omzetten in een B.V. of terugkeren naar één onderneming. Binnen een IB-onderneming kan de partner een arbeidsbeloning ontvangen.
4.2.4 Breng overtollige liquiditeiten onder in box 3
Rendement op overtollige liquiditeiten wordt binnen de onderneming zwaarder belast dan in box 3. Binnen de IB-onderneming tegen 52% (2007: 46,8%, zie 2.1 hierboven) en in box 3, uitgaande van een rendement op de belegging van 4%, tegen 30%. Overtollige liquiditeiten kunt u dus beter aan uw onderneming onttrekken en overbrengen naar een privé bankrekening (box 3). Als u dat kort voor het jaareinde doet en kort daarna de gelden weer zakelijk bestemt, dan is sprake van boxhoppen en wordt het doel niet bereikt. Kijk dus kritisch naar de liquiditeitsbehoefte tussen 30 september 2006 en 1 april 2007.
4.3 Tips en aandachtspunten voor ondernemers met B.V.
4.3.1 Tijdelijke verlaging tarief Box 2
In 2007 wordt het tarief van Box 2 verlaagd van 25% naar 22%, althans over de eerste
€ 250.000 box 2-inkomen (zie 4.1.2 hierboven). Mocht u voornemens zijn dividend uit te keren, dan kunt u dat dus beter uitstellen tot 2007. Bovendien bespaart u zo 1,2% heffing in Box 3 over het niet uitgekeerde dividend. Ook schenking van aandelen in de eigen B.V. kan beter tot 2007 worden uitgesteld. Als het tarief in 2008 weer 25% wordt, heeft u zo een definitieve belastingbesparing van 3% bereikt.
4.3.2 Let op bij bestaande bedrijfsopvolgingsstructuren met bijzondere aandelen
Bij bedrijfsopvolgingen vanuit BV-structuren zien we regelmatig dat de B.V. van de overdragende ondernemer (cumulatief) preferente aandelen bezit in de werk-B.V. De opvolger heeft dan een holding die met een klein percentage aan gewone aandelen in de werk-B.V. participeert. Dividend dat de werk-B.V. uit de winst na belasting op de gewone aandelen uitkeert, wordt bij de holding van de overnemer vanwege de deelnemingsvrijstelling niet nogmaals met vennootschapsbelasting belast. De voorwaarden voor deze vrijstelling worden per 1 januari 2007 aangescherpt (zie 2.7 hierboven). De holding van de opvolger moet dan ten minste 5% van de aandelen van de werk-B.V. bezitten. Een belang minder dan 5% moet voor begin 2007 worden opgetrokken tot ten minste 5%. Snelle actie is geboden!
4.3.3 Rekening-courant B.V. en dga: minder gebruiken en saldo laag houden
Veel ondernemers hebben een rekening-courantovereenkomst met hun eigen B.V. Bij een debetstand is een ander fiscaal regime van toepassing dan bij een creditstand. Betaalde rente vanwege ‘rood staan’ is veelal niet aftrekbaar, ontvangen rente is wel belast. Het bijhouden hiervan kost veel tijd en dus geld. De belastingdienst heeft in het verleden al een praktische regeling goedgekeurd. Als het saldo van de rekening-courant gedurende het gehele kalenderjaar niet hoger is dan € 10.000, u geen rente hoeft aan te geven, onder voorwaarde dat de B.V. geen rente in aftrek brengt. Per 24 mei 2006 is dit bedrag verhoogd tot € 17.500.
4.3.4 Schuiven met bedrijfspand: van privé naar bedrijf
Als u het bedrijfspand vanuit privé verhuurt aan de B.V., dan is de huur bij u belast tegen maximaal 52% (de MKB-winstvrijstelling, zie 2.1 hiervoor, geldt niet). Bij de B.V. is winst belast tegen maximaal 44,1% (2007, zie 2.2 hierboven).
-
Het kan de moeite waard zijn om het pand aan de B.V. te verkopen. Doe dat alleen als u denkt het pand nog jaren te gebruiken. Tegenover het lage vennootschapsbelastingtarief en een nieuwe afschrijvingsbasis staan immers de afrekening over de meerwaarde op het pand plus de overdrachtsbelasting.
-
Een andere optie is om met de onderneming terug te keren uit de B.V. Het pand behoort dan wederom tot uw bedrijfsvermogen. Als u wordt aangemerkt als ‘startende’ ondernemer kunt u onder voorwaarden willekeurig afschrijven tot op de restwaarde, doch maximaal een bedrag van € 293.000 (2006).
4.3.5 Beperking afschrijving gebouwen: speel hierop in
Bezit uw B.V. een pand in eigen gebruik of verhuurd binnen de B.V. structuur, overweeg dan om het pand te verkopen aan een andere B.V., als u van die B.V. ook alle aandelen bezit. U creëert daarmee een hoger afschrijvingspotentieel op het pand (zie 2.5 hierboven). De daarmee bespaarde belasting moet wel opwegen tegen de nadelen: afrekening over de meerwaarde plus overdrachtsbelasting. Voor bepaalde overdrachten binnen B.V.-structuren geldt een vrijstelling van overdrachtsbelasting.
4.3.6 Levensloopregeling
De levensloopregeling staat ook open voor de ondernemer met een B.V.(dga). De dga kan jaarlijks 12% van zijn salaris sparen om eerder met pensioen te gaan. Als u in de jaren 1950 - 1954 geboren bent mag u versneld sparen. De bedragen die in de spaarpot gaan worden pas belast als de spaarpot wordt leeggemaakt. Voor ieder jaar dat er een bedrag de spaarpot is gegaan, hebt u bij opname uit de spaarpot recht op een korting van € 185. Bovendien valt het saldo buiten de heffing in box 3. De spaarpot moet wel bij een bank of verzekeraar staan, zodat u noch uw BV over het geld kunnen beschikken.
4.3.7 Borgstelling: voorwaarden gewijzigd
Als de B.V. van de bank geld leent, wil de bank zoveel mogelijk zekerheden als onderpand. Soms ook het privé-vermogen van de directeur grootaandeelhouder (hierna dga). Als de dga zich borg stelt voor schulden van de B.V., moet hij daarvoor een zakelijke vergoeding vragen. Bij borgstelling voor de schuld van een derde zou hij dat immers ook doen. De fiscus kan de aangifte van de dga en B.V. op dit punt corrigeren. Als de dga wordt aangesproken en hij betaalt de bank, heeft hij een zogenaamde regresvordering op de B.V. Deze vordering mag op basis van een goedkeuring in 2006 zonder nadere voorwaarden worden gesteld op het bedrag dat aan de bank is betaald. Veelal kan de B.V. die vordering niet aflossen. Zo ontstaat voor de dga in Box 1 een maximaal aftrekbaar verlies op de regresvordering.
4.3.8 Aandachtspunten 2006 afgerond?
In 2006 is er veel veranderd. Het is wijsheid om eind 2006 te controleren of alle veranderingen daadwerkelijk tot een goed einde zijn gebracht. Ook u zult voor 2006 een checklist hebben opgesteld. We geven enige voorbeelden:
-
Is het salaris van de directeur-grootaandeelhouder tot op het juiste bedrag vastgesteld?
-
Zijn pensioenregeling aangepast aan de VPL-wetgeving en, ingeval van de directeur-grootaandeelhouder vastgelegd in een pensioenbrief?
4.4 Tips en aandachtspunten voor alle belastingbetalers
4.4.1 Hypotheekrente eigen woning: vooruit betalen
Als u verwacht dat u in 2007 minder gaat verdienen en in een lagere belastingschijf valt (bijvoorbeeld door ontslag, of omdat u 65 jaar wordt), kan het voordelig zijn om de hypotheekrente eigen woning voor het eerste halfjaar van 2007 al in 2006 te betalen. Dat geldt ook voor de rente die u betaalt op geldleningen, aangegaan voor onderhoud en verbetering van de eigen woning.
Behalve dat u geld beschikbaar moet hebben om de rente te betalen, moet u opletten dat u de rente maximaal tot 1 juli 2007 vooruit mag betalen en de betaling schriftelijk in overleg met de bank vastlegt. U voorkomt dat de bank het bedrag terugstort en tegenover de fiscus beschikt u over een bewijs van betaling.
4.4.2 Hypotheek eigen woning aflossen
Het aflossen van een kleine hypotheek op uw woning kan gunstig zijn. Als u aflost, vervalt per saldo de bijtelling eigen woning en daarnaast - als u het geld voor aflossing voorhanden heeft - bespaart u zich de box 3-heffing van 1,2%. Aflossing is echter zelden raadzaam als u plannen heeft voor een nieuw huis.
4.4.3 Renteaftrek verbouwen woning of renovatie tuin
Als u plannen heeft om uw woning te verbouwen of uw tuin te renoveren, kunt u overwegen om het benodigde geld daartoe te lenen. De rente is nog laag en fiscaal aftrekbaar. U moet wel aan kunnen tonen (met rekeningen) dat het geleende geld gebruikt is voor de verbouw van de woning of de renovatie van de tuin. U mag eventueel eerst de verbouwing met uw spaargeld betalen, en daarna financieren.
4.4.4 Aftrek premie lijfrente bij pensioentekort check
Als u een pensioentekort heeft, kunt u bij een verzekeraar aanvullend pensioen regelen door een lijfrente te bedingen. De premie is binnen bepaalde grenzen aftrekbaar (tegen maximaal 52%) en de uitkeringen zijn te zijner tijd belast. Bij een lager inkomen zijn de uitkeringen tegen een lager tarief belast. Als u de lijfrentepremie voor 1 april 2007 stort, kunt u deze onder voorwaarden nog in de aangifte over 2006 in aftrek brengen. Als u in loondienst bent, onderzoek dan of het bijstorten in de pensioenpolis bij uw werkgever niet een voordeliger optie is dan een lijfrentepolis.
4.4.5 Schenking aan (klein)kinderen
Bij uw overlijden wordt successierecht geheven over uw vermogen. Kinderen betalen tussen de 5 en 27% en voor anderen kan het tarief oplopen tot 63% (2007, zie 4.3 hierboven). Als u bij leven vermogen overdraagt aan uw kinderen en kleinkinderen kan dat veel geld besparen:
-
U kunt zonder heffing per kalenderjaar (2006) aan uw kinderen € 4.342 schenken;
-
U kunt zonder heffing eenmalig in plaats van voornoemd bedrag € 21.700 schenken aan kinderen tussen de 18 en 35 jaar. Is uw eigen kind die leeftijd gepasseerd dan kunt u toch belastingvrij schenken indien de schoonzoon of schoondochter tussen de 18 en 35 jaar is. In de aangifte schenkingrecht moet u een beroep doen op de verhoogde vrijstelling.
-
U kunt zonder heffing per 24 maanden (2006) aan uw kleinkinderen € 2.606 schenken. Rond dat bedrag niet met een paar euro naar boven toe af want dan moet u over het hele bedrag schenkingsrecht betalen.
Bijkomend voordeel is dat uw vermogen in box 3 daalt waardoor u zelf ook minder belasting betaalt. Als u het geld niet cash wilt of kunt uitbetalen, kunt u - al dan niet via de notaris - ook schenken zonder betaling en zelfs schenken onder voorwaarden. U kunt dan alsnog het geld terugvragen ingeval het kind in de bijstand zou komen of een uitkering zou ontvangen.
4.4.6 Schenken aan goede doelen
Heeft u vermogen en wilt u een fiscaal vriendelijk een goed doel steunen waarin uw naam na uw overlijden voorleeft, dan kan dat via een Fonds op Naam. Zo’n fonds is gerelateerd aan een “officiële” goeddoelinstelling of -vereniging zoals het Koningin Wilhelmina Fonds voor de Nederlandse Kankerbestrijding (KWF). U kunt bedingen dat het kapitaal in tact blijft en dat alleen het jaarlijks rendement door uw fonds wordt besteed. De vermogensoverdracht is belastingvrij, ongeacht of u schenkt, schuldig erkent of bij testament nalaat. Voor de inkomstenbelasting is sprake van een aftrekbare gift, met aan de onderkant een drempel en aan de bovenkant een plafond. Als u schenkt via een lijfrente in vijf jaarlijkse termijnen is het gehele bedrag aftrekbaar. De schenking via lijfrente moet in een notariële akte worden vastgelegd. Een variant hierop is dat u het bedrag leent en in vijf termijnen kwijtscheldt of verrekent met de notarieel vastgelegde lijfrente.
4.4.7 Eenmalige aftrekposten
Als u in 2006 incidenteel een hoog inkomen heeft (door een forse bonus of door een ontslagvergoeding) of als u in 2007 om andere redenen minder gaat verdienen dan in 2006, dan bent u fiscaal gebaat bij aftrekposten. Het gaat overigens om inkomen dat in 2006 is ontvangen en aftrekposten die in 2006 daadwerkelijk zijn betaald. Zo leidt een bonus die in 2007 wordt uitbetaald over 2006, tot inkomen in 2007.
Naast de reeds genoemde, willen we nog wijzen op de volgende mogelijkheden:
-
Ziektekosten of scholingskosten in 2006 betalen
-
Alimentatie afkopen
-
Erfpacht afkopen
4.4.8 Koop dure gebruiksgoederen voor eind 2006
Uw vermogen is in box 3 belast tegen effectief 1,2% voor zover het hoger is dan zo’n
€ 19.700 (fiscale partners € 39.400). Bepaalde vermogensbestanddelen zoals de auto, de caravan en boot zijn vrijgesteld. Als u een goed gevulde bankrekening heeft en droomt van die mooie auto dan is de thuiskomst van de dealer zo mogelijk nog prettiger als u weet dat u zich daarmee 1,2% van de investering bespaart. Ook bij een minder goedgevulde bankrekening of bij uitgestelde betaling is het feest. De voor de auto aangegane schuld drukt, behoudens een drempelbedrag, het vermogen in Box 3 terwijl de aankoop vrijgesteld vermogen vormt!